Energie-inspanningen bij afvalverbranding onvoldoende erkend

Energie-inspanningen bij afvalverbranding onvoldoende erkend

Afvalverbrandingsinstallaties produceren elektriciteit en warmte bij de verwerking van het niet recycleerbaar afval. Daarmee leveren ze een bijdrage aan de productie van hernieuwbare energie, al wordt dat door de overheid onvoldoende erkend.

Alle afvalverbrandingsinstallaties in Vlaanderen leveren heel wat inspanningen om bij de verbranding van restafval zoveel mogelijk energie te recupereren. Op die manier wordt dat restafval zo nuttig mogelijk toegepast. De overheid beschouwt iets meer dan 47% van de bij afvalverbranding geproduceerde elektriciteit als 'hernieuwbaar'. Voor dat deel van de gerecupereerde energie krijgen de installaties tijdelijk financiële steun via de zogenaamde groenestroomcertificaten. Zelfs met die steun blijft afvalverbranding één van de duurste opties om van afval af te raken. Daarom dat gemeenten en intercommunales zich blijven inzetten om zoveel mogelijk afval selectief in te zamelen. Met dank aan de burger recycleert Vlaanderen vandaag meer dan 71% van het huishoudelijk afval. Dat blijft het beste resultaat in Europa. Financiële steun voor energie uit restafval gaat dus niet ten koste van onze ambitie om zoveel mogelijk afval selectief in te zamelen.
De (tijdelijke) financiële steun voor energie uit afval volgt dezelfde logica als deze voor biomassa-installaties. Technisch is er nauwelijks verschil tussen een afvalverbranding- of een biomassa-installatie. Bij afvalverbranding is de financiële steun wel beperkter. Zo is er geen gegarandeerde minimupopbrengst vastgelegd. Daarenboven geldt de steun slechts voor iets minder dan de helft van de geproduceerde elektriciteit. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt nochtans dat elektriciteit uit restafval voor meer dan 50% CO2-neutraal is. De afvalverbrandingsinstallaties hebben jarenlang eigenlijk te weinig steun gekregen, in vergelijking met andere technieken om hernieuwbare energie te produceren. Het is jammer dat die inspanningen onvoldoende erkend worden. Correcte financiële ondersteuning zou kunnen helpen om nog meer te investeren in extra energierecuperatie bij afvalverwerking. Al moet het de ambitie blijven om zoveel mogelijk afval selectief in te zamelen. De huidige resultaten bewijzen dat die twee doelstellingen verzoenbaar zijn. Wat meer erkenning voor de inspanningen van afvalverbrandingsinstallaties zou niet meer dan terecht zijn.