Een belasting op efficiëntie bij de overheid

Een belasting op efficiëntie bij de overheid

Intercommunales zijn sinds 01.01.2015 onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Dat is één van de maatregelen van de nieuwe federale regering. Daarmee gaat de nationale overheid op zoek naar extra geld bij de lokale overheid. Het is een beetje als een vader, die in ’t geniep een spaarpotje van de eigen kinderen stukslaat op zoek naar kleingeld. Zonder veel rekening te houden met de gevolgen daarvan.

Intercommunales zijn samenwerkingsverbanden van gemeenten. Vaak zijn ze actief in diverse vormen van lokale dienstverlening zoals drinkwaterdistributie, afvalbeheer, de ontwikkeling van bedrijventerreinen en ruimte voor ondernemen, het beheer van crematoria of de uitbating van een zwembad. Ze worden beheerd en bestuurd door de gemeenten die er deel van uitmaken. Gemeenten richten intercommunales vooral op omwille van twee motieven. Sommige problemen houden niet op te bestaan aan de gemeentegrens. In dergelijke gevallen is het nuttig om met meerdere gemeenten een gezamenlijke aanpak uit te werken binnen een structuur die men samen beheert. Een tweede reden voor dergelijke samenwerking is de zoektocht naar meer efficiëntie. Voor welbepaalde vormen van dienstverlening kunnen gemeenten dat beter én goedkoper organiseren als ze dat samen doen met een aantal omliggende gemeenten omwille van de schaalvoordelen die ze realiseren door die samenwerking.
Die intercommunales werden tot vorig jaar fiscaal min of meer op dezelfde manier behandeld als hun gemeenten. Nogal wiedes. Als een gemeente een dienstverlening op zichzelf organiseert, wordt ze daarop niet belast. Waarom zou je dat dan wel belasten als twee of meer gemeenten hetzelfde samen willen doen ten voordele van de lokale bevolking? Toch zal dat nu veranderen. Het nieuwe regeerakkoord onderwerpt intergemeentelijke samenwerking voortaan aan de vennootschapsbelasting. De federale kamer voerde dergelijke maatregel in december 2014 in per programmawet. De extra inkomsten hieruit moeten helpen om de beoogde financiële inspanning op het federale niveau te realiseren. Is dit nu louter een financiële maatregel of speelt er meer?
Een drijfveer voor het invoeren van dergelijke belasting is de aanklacht die soms komt van welbepaalde sectoren dat intercommunales, omwille van de huidige vrijstelling van vennootschapsbelasting, op oneerlijke manier concurreren met bedrijven die in diezelfde sectoren actief zijn en wél onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting. Een gemeente kan bijvoorbeeld het huishoudelijk afval laten inzamelen door een privaat bedrijf, of dat laten uitvoeren door de intercommunale die ze samen met andere gemeenten beheert. Als die intercommunale dan een beter fiscaal regime heeft, komen private bedrijven niet meer aan de bak, zo stelt men soms. Dat beeld komt echter helemaal niet overeen met de realiteit. Intercommunales zijn per definitie compleet andere structuren dan private bedrijven. Ze kennen eigen wetgeving, eigen regels en zijn onderworpen aan heel wat specifieke wettelijke verplichtingen, andere dan deze die gelden voor bedrijven. De eigenheid van de structuur van een intergemeentelijk samenwerkingsverband en die van een privaat bedrijf, maakt dat beide structuren hun voor- en nadelen hebben. Kwalitatief onderzoek in het buitenland, waar dezelfde discussie wordt gevoerd, leerde dat die voor- en nadelen elkaar min of meer opheffen. Van concurrentievervalsing is m.a.w. geen sprake. De praktijk bewijst dat ook. Waarom zouden de Vlaamse gemeenten anders nu al voor meer dan de helft de afvalinzameling uitbesteden aan de private sector als die financieel dermate in het nadeel zou zijn? Meer nog, de nieuwe maatregel zorgt net voor een extra nadeel voor intergemeentelijke samenwerking en voortaan is dus wél sprake van ‘concurrentievervalsing’, zij het in het nadeel van de intercommunales. Een mogelijk gevolg zou kunnen zijn dat private bedrijven zich voortaan wat minder moeten inspannen om markten binnen te halen, waardoor de prijzen op de private markt wel eens zouden kunnen stijgen…
Er zijn nog andere effecten van de maatregel. Zo vermoeden we dat het financiële plaatje van de federale regering nu al niet meer klopt. Als intercommunales voortaan vennootschapsbelastingplichtig worden, moeten ze ook kunnen genieten van alle voordelen waar vennootschappen van kunnen genieten. En door de maatregel boert ook Vlaanderen financieel achteruit. Zo bestaat op Vlaams niveau een vermindering van de milieuheffing voor vennootschapsbelastingplichtige organisaties. M.a.w. op het federale niveau zullen inkomsten ongetwijfeld stijgen maar minder dan verwacht, en op het Vlaamse niveau mag men zich verwachten aan een daling van de inkomsten uit milieuheffingen. Voor intercommunales zal het in de toekomst tegelijk minder interessant worden om reserves op te bouwen ter financiering van eigen investeringen. Want hoe meer je dat probeert, hoe meer vennootschapsbelasting je vooraf betaalt. De opbouw van eigen vermogen wordt zo heel wat lastiger. Het is net dat eigen vermogen dat belangrijk is voor intercommunales die willen investeren in de toekomst. Het bepaalt de welwillendheid van financiële instellingen om geld te lenen en heeft invloed op de interesten die intercommunales daarop zullen moeten betalen. Deze zullen ongetwijfeld hoger komen te liggen, waardoor de kosten lokaal zullen stijgen. Naast de extra belasting die uiteindelijk doorgerekend moet worden aan de gebruikers van de dienstverlening.
Allemaal gevolgen van de zoektocht van de federale overheid naar extra geld afkomstig van de lokale overheid. Als overheid in z’n geheel gaan we er dus niet op vooruit, terwijl de belastingbetaler wel sowieso verliest.
De gewijzigde wet blijkt trouwens juridisch te rammelen, en experts vermoeden dat door de gewijzigde wetgeving nieuwe discriminaties zijn ontstaan. Opvallend is nog dat in het verleden opgebouwde reserves ook belast dreigen te worden. Waarmee de intercommunales alvast de primeur van een vermogensbelasting hebben.
Essentieel blijft de vaststelling: intergemeentelijke samenwerking komt meestal tot stand op die vlakken waar lokale besturen extra efficiëntie proberen te realiseren: een versterking van de dienstverlening aan lagere kosten. Meer efficiëntie bij de overheid is een belangrijke beleidsdoelstelling in deze tijden van financiële krapte. Wat recent is goedgekeurd, is simpelweg een speciale belasting op efficiëntie bij de overheid.

Christof Delatter