Intensiever opruimen geen wondermiddel tegen zwerfvuil

Intensiever opruimen geen wondermiddel tegen zwerfvuil

Intensief opruimen heeft geen preventief effect op zwerfvuil. Tot dit besluit komen de gemeente Mol en de afvalintercommunale IOK Afvalbeheer na hun zwerfvuilproject. Zes maanden lang werd het opgeruimde zwerfvuil bijgehouden en geanalyseerd. In totaal werden 3,49 ton restafval en bijna 25.000 drankblikjes opgeruimd.

Het VVSG-magazine Lokaal bericht in haar editie van juni 2015 over het zwerfvuilproject van Mol en IOK Afvalbeheer. In zes maanden werd in totaal 4259 kilogram zwerfvuil opgeruimd. 19% van de totale ingezamelde hoeveelheid zwerfvuil is PMD-afval, dus plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons. 19% van het gewicht, maar wel 40% van het volume, dus het beeld van de netheid wordt er sterk door beïnvloed. De vrijwilligers ruimden 24.585 drankblikjes, 10.681 plastic flessen en flacons en 2062 drankkartons op. Naast het PMD verwijderden ze ook nog eens 3,49 ton restafval.

Bij de analyse van de opgeruimde hoeveelheden bleek dat zowel de hoeveelheid restafval als de hoeveelheid PMD-afval piekte in de maanden juli en augustus; tijdens de andere maanden bleef de hoeveelheid zwerfvuil op een constant niveau. Regelmatig opruimen had dus geen preventief effect. Bovendien viel het bestaan van probleemlocaties op, zogenaamde hotspots voor zwerfvuil. Fietsroutes en kanaaldijken bleken er minder proper bij te liggen dan ander locaties. Ook de OVAM stelt vast dat bepaalde plaatsen zwerfvuilgevoeliger zijn.

Zwerfuil staat steevast hoog genoteerd op de lijst met ergernissen van burgers. Hoewel lokale besturen en 'indevuilbak' veel energie in campagnes tegen zwerfvuil stoppen, bestaat de indruk dat het probleem niet wordt teruggedrongen. Projecten zoals dat in Mol zijn voor de OVAM waardevol om het zwerfvuilbeleid in Vlaanderen bij te sturen. Intensiever opruimen lijkt in ieder geval geen wondermiddel.

 

Piet Coopman