Op 3 juli 2026 heeft Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns de Vlaamse Beleidsvisie Afvalverbranding meegedeeld aan de Vlaamse regering. De beleidsvisie geeft aan hoe de Vlaamse overheid de toekomstige rol van afvalverbranding ziet.
Volgens de beleidsvisie beschikt Vlaanderen momenteel over een performante afvalverbrandingssector en slaagt het er in om maximaal het zelfvoorzieningsprincipe te respecteren. Het evenwicht tussen het aanbod aan brandbaar afval en de beschikbare verwerkingscapaciteit blijft een beleidsmatig uitgangspunt. De beleidsvisie verwijst naar de verschillende maatregelen in het Lokaal Materialenplan om het huishoudelijke- en bedrijfsrestafval met 30% toe doen dalen tegen 2030.
In de periode 2032-2034 komt 75% van de huidige Vlaamse afvalverbrandingscapaciteit aan het einde van de looptijd van haar bestaande vergunning. De beleidsvisie bevat een afwegingskader waarop investeringskeuzes door de exploitant afgewogen kunnen worden . De vier criteria van dat afwegingskader zijn:
- het potentieel voor klimaatneutraliteit
- de geografische spreiding van de installaties in functie van het toekomstige afvalaanbod
- de geografische spreiding van de installaties in functie van de nabijheid tot gewenste warmtevraag met het oog op maximale energie-efficiƫntie
- een multimodale ontsluiting van afvaltransporten via spoor of water
Volgens de beleidsvisie vormt het afwegingskader geen toetsingskader voor vergunningen en is het geen rechtstreeks determinerende beslissingstool voor een hervergunning.