Het Vlaams parlement keurde de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor zwerfvuil op 25 maart definitief goed. Producenten van producten die vaak in zwerfvuil voorkomen, betalen voortaan jaarlijks een heffing. Een deel van die middelen gaat naar lokale besturen als vergoeding voor de opruimkosten.
De Europese richtlijn “Single Use Plastics” (SUP) verplicht lidstaten eigenlijk al sinds 2023 om kosten voor het zwerfvuilbeheer door te rekenen aan producenten. De eerste uitbetaling volgt echter pas drie jaar later en bedraagt voorlopig slechts de helft van het voorziene bedrag.
Eerste uitbetaling uiterlijk eind oktober
Voor Vlaamse lokale besturen is jaarlijks 60,94 miljoen euro voorzien. Dat ligt aanzienlijk lager dan de geraamde zwerfvuilkosten van 144,3 miljoen euro volgens een studie uit 2019. Niet alle inspanningen worden dus vergoed.
Steden en gemeenten ontvangen een eerste voorschot van 50% uiterlijk eind oktober van dit jaar. In 2027 volgt de tweede helft, samen met een nieuw voorschot.
Verplichte zwerfvuilacties voor lokale besturen
De vergoeding is bedoeld voor bestaande inspanningen van lokale besturen in de strijd tegen zwerfvuil. In 2024 werd bijna 7000 ton zwerfvuil opgeruimd, goed voor ongeveer 1 kilogram per inwoner. Het is ook een van de grootste ergernissen van de Vlaming.
Aan de vergoeding zijn bijkomende voorwaarden verbonden. Lokale besturen moeten hotspots aanpakken, straatvuilnisbakken optimaliseren, handhaven en de straten vegen.